Het weeshuis Émile Louis, opgericht in 1906, heeft sinds de bouw een bewogen geschiedenis gekend. Oorspronkelijk bedoeld om wezen op te vangen, kreeg het al snel te maken met financiële moeilijkheden, die tijdens de Eerste Wereldoorlog verergerden. Tijdens dit conflict liepen het weeshuis en zijn eigenaar aanzienlijke schulden op.
In 1939, bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, werd het weeshuis verlaten en door de Duitsers gevorderd om te dienen als gevangenkamp. Na de oorlog kwam het onder het beheer van het ministerie van onderwijs en werd het een opleidingscentrum voor toekomstige gymnastiekleraren. In 1947 werd het echter opnieuw verlaten.
In 1952 kreeg het een nieuwe bestemming binnen een reeks Universitaire Ziekenhuiscentra (UZC). Het diende vooral als bejaardentehuis en ving ook mensen op die herstelden van ziekte. Door de hoge kosten voor onderhoud en verwarming werd het in 1992 verlaten.
Sindsdien is het kasteel in verval geraakt en is de staat van achteruitgang sterk toegenomen. Het terrein staat nu onder toezicht en is afgesloten, waardoor elk bezoek gevaarlijk en verboden is.




